blockquote btn-arrow-cutout btn-arrow btn-info cite Rectangle 647 + Rectangle 648Created with Sketch. Bitmap 3 + Imported LayersCreated with Sketch. Rectangle 104 + Line + Line 4Created with Sketch. Bitmap 6 + Imported Layers 3Created with Sketch. Created with Sketch. Bitmap 4 + Imported Layers 2Created with Sketch. Rectangle 104 + Oval 10Created with Sketch. icon-web Rectangle 8 + Rectangle 9Created with Sketch.

Nieuwsberichten


OIZ werkt samen met ECP in coalitie ‘Digivaardigheid in de zorg’

12.12.18

2,5 miljoen Nederlanders zijn onvoldoende digitaal vaardig. Dat betekent dat nieuwe technologieën voor de zorg door die groep niet of nauwelijks gebruikt worden. Om de digivaardigheid te verbeteren heeft ECP, het platform voor de informatiesamenleving, een coalitie opgericht. De hele zorgketen wordt daarin vertegenwoordigd. Er zijn werkgroepen voor patiënten, zorgverleners en -organisaties, leiders, opleiders en IT-leveranciers, waarin OIZ heeft plaatsgenomen.

OIZ heeft plaatsgenomen in de werkgroep voor IT-leveranciers binnen de coalitie ‘Digivaardigheid in de Zorg’. Digivaardigheid is volgens Daniël Tijink, adviseur zorg en ict bij ECP, een belangrijke voorwaarde voor de digitalisering van de Nederlandse maatschappij en zo ook van de zorg.

Drie belangrijke ontwikkelingen

Tijink: ‘We zien als ECP drie belangrijke ontwikkelingen: ten eerste, de snelle ontwikkeling van technologie. Ten tweede, de eisen die verschillende domeinen stellen aan deze technologie. De eerste twee ontwikkelingen hebben een wisselwerking: eisen die gesteld worden stimuleren ontwikkeling van nieuwe technologie en nieuwe technologie verhoogt de eisen die gebruikers eraan stellen. Ten derde moeten de digitale randvoorwaarden kloppen.’

Digitale randvoorwaarden zijn bijvoorbeeld veiligheid, waarborging van persoonlijke gegevens en een goede infrastructuur. Ook digitale vaardigheid is een randvoorwaarde: alleen als iemand kan werken met nieuwe technologie, kan hij of zij de technologie ook benutten. Zeker in de zorg, waarin van patiënten en medewerkers steeds vaker wordt verwacht dat ze kunnen werken met een laptop, tablet of smartphone (en zelfs smart device), is digivaardigheid een belangrijk thema.

‘Uit cijfers van het ECP blijkt dat maar liefst 2,5 miljoen Nederlanders onvoldoende digitaal vaardig zijn’, vertelt OIZ-directeur Kees Donker. ‘Deze mensen vinden het al lastig om te e-mailen, laat staan dat ze online hun dossier kunnen vinden en bijhouden.’ Dat digivaardigheid speelt in de beroepsgroep en onder patiënten bleek ook uit de opkomst voor de eerste bijeenkomst van de werkgroep, vertelt Tijink: ‘Op het eerste congres waren gelijk al honderd mensen aanwezig.’

Alle lagen uit de zorgketen vertegenwoordigd

Doordat de coalitie is opgebouwd uit vijf groepen, zijn alle lagen uit de zorgketen aanwezig. Elke groep heeft zijn verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om het bevorderen van digivaardigheid. ‘Het moet bijvoorbeeld vanuit de overheid gestimuleerd worden om te standaardiseren. Ook patiënten dienen hun verantwoordelijkheid te nemen en te realiseren dat een goede gezondheidszorg gebaat is bij software. Daar moeten ze ook op kunnen vertrouwen.’

Natuurlijk hebben ook softwareleveranciers hun verantwoordelijkheid, vindt Donker. Daarom heeft OIZ plaatsgenomen in de coalitie. ‘Als OIZ denken we ook mee over hoe we digivaardigheden kunnen stimuleren’, aldus Donker. Tijink vult aan: ‘Ook zouden individuele softwareleveranciers met elkaar na kunnen denken over het verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid van hun software en van het kennisniveau over digivaardigheid,’

Om zorgsoftware te verbeteren, moeten softwareleveranciers volgens Tijink praten met patiënten en zorgverleners. De coalitie is daar een uitgelezen kans voor, omdat de vijf groepen van de coalitie een aantal keer per jaar samen komen. Ook stimuleert ECP projecten waarbij tools worden geboden om digivaardigheid te verbeteren. ‘Een voorbeeld van zo’n project is een online platform van zorgorganisatie ’s Heerenloo, met tools om digivaardigheid te verbeteren. Dit project wordt nu nationaal uitgerold.’

Kijken naar zichzelf

Tijink vindt het in al die ontwikkelingen belangrijk dat IT-leveranciers in de zorg naar zichzelf durven te kijken. ‘Hoe goed doen we het? En dan met name op vijf punten: begrip van gebruikers, verbinding met andere platforms, rol van ICT in en bij management, veiligheid en privacy, en big data.’ Het gaat dus om het verbeteren van die randvoorwaarden van technologie en de coalitie draagt bij aan de verbetering van de randvoorwaarde ‘digivaardigheid’, zodat technologie in de zorg nog beter gebruikt gaat worden.

E-health Week

Eén van de initiatieven om digivaardigheid te vergroten, is de e-health week van 21 tot en met 26 januari. U kunt zich als IT-leveranciers in de zorg aansluiten, zodat u ook bijdraagt aan de bewustwording over e-health. U krijgt de kans om te laten zien hoe u digitale ondersteuning implementeert in organisaties en u wordt onderdeel van een waardevol netwerk. Meedoen kost niets!

Word partner! www.ehealthweek.net

 

 

Meer lezen

Verbeteren zorg kan niet los staan van softwareleveranciers

12.12.18

Gegevens uitwisselen in de zorgketen is lastig, zo bleek uit een onderzoek van twee artsen. Zij deelden hun ervaringen tijdens het Informatieberaad. Daarom praat OIZ-directeur Kees Donker al jaren met verschillende partijen om interoperabiliteit en standaarden te bevorderen. Zelfs nu komt hij nog nieuwe partijen tegen zoals CA-ICT en Bridgehead.

‘Over het algemeen zie je veel onrust in de zorgmarkt. Bijvoorbeeld bij de zorgverleners en dat is niet zo gek. Je ziet dat ziekenhuizen ook failliet kunnen gaan en dat baart natuurlijk zorgen. Ook zien we dat uitvoerende zorgverleners, zoals kleinere GGZ-praktijken, fysiotherapeuten en huisartsen, een rondedans doen rondom hun digitale activiteiten: sluiten we ons aan bij MedMij of werken we met een eigen zorgomgeving?’

Onderzoek naar de stand van interoperabiliteit

‘Het is niet verkeerd, al die verschillende oplossingen, maar het is belangrijk dat we nadenken over interoperabiliteit en standaarden. Daarover ontstaan bijvoorbeeld discussies in het Informatieberaad. Zo deden twee artsen van het AMC en VU een terugmelding aan het beraad over het verschil in de mate waarop informatie nu wordt gedeeld in vergelijking met anderhalf jaar geleden. Ik schrok van de inefficiëntie en daarmee de verspilling van geld.’

‘De artsen deden een soort quizje: mevrouw Jansen is ziek en gaat naar de huisarts. Die laat een bloedtest uitvoeren door prikcentrum. Vervolgens wordt mevrouw doorgestuurd naar de internist en uiteindelijk naar de cardioloog. Ze vroegen: gebruiken de internist en de cardioloog dezelfde bloedwaarden, namelijk die van de huisarts? Het antwoord was natuurlijk ‘nee’. Iedere arts doet zijn eigen onderzoeken, met alle verspilling van tijd en geld van dien.’

‘Ook werd een voorbeeld gedeeld, waarbij een man bewusteloos binnenkomt. Ze kunnen zijn naam achterhalen door de portemonnee in zijn jas, maar verder niet. Ze kunnen niet achterhalen of hij allergisch is voor penicilline of welke medicijnen worden gebruikt. Dat komt door het gebrek aan interoperabiliteit. Dat houdt me bezig. Er wordt veel beloofd, maar de vorderingen in de zorg gaan op dit gebied langzaam.’

Om tafel bij Bridgehead en Horizontaal Toezicht

‘Tegelijkertijd zie ik ook dat steeds meer organisaties zich realiseren dat interoperabiliteit, en daarmee de verbetering van de zorg, niet los meer staat van de softwareleveranciers. Zo zitten we nu aan tafel bij Bridgehead, een overheidsadviesorganisatie. Ze denken ook mee over zorg en ze vragen zich af: waarom is er wel zoiets als een bankpas waarmee je bij meerdere banken kan pinnen, maar kan je geen zorgpas maken die je bij elke zorginstelling kan laten scannen?’

‘Ook vond recent een bijeenkomst van de groep Horizontaal Toezicht in de Zorg plaats over de rol van EPD-leveranciers in horizontaal toezicht. De vier grootste softwareleverancier in die branche zijn uitgenodigd en OIZ als vijfde partner. Dat is mooi, want het is enerzijds belangrijk om die EPD-leveranciers op één lijn te krijgen. Ze zijn wellicht concurrenten, maar ze willen allemaal de zorg verbeteren. Anderzijds kunnen wij overkoepelend werken en interoperabiliteit stimuleren.’

‘Interessant voor onze leden zijn ook onze gesprekken met stichting CA-ICT. Het gaat dan niet over inhoudelijke zaken, maar over de arbeidsmarkt in de ICT. Veel leden zijn naarstig op zoek naar goede arbeidskrachten, die door CA-ICT voorgesteld kunnen worden. Ook biedt CA-ICT hulp bij subsidietrajecten voor opleidingen, zodat interne medewerkers opgeleid kunnen worden of mensen van buitenaf intern kunnen worden opgeleid.’

NZA en VECOZO

‘Uiteraard lopen de gesprekken met de NZA en VECOZO nog steeds. Ook werken we samen met de coalitie ‘Digivaardigheid in de zorg’ en zitten we om tafel met Nedxis. Deze kleine belangenvereniging is gericht op farmacie, huisartsen en ketenzorg. We hopen in bepaalde trajecten te kunnen samenwerken, bijvoorbeeld om meer inzicht te krijgen in de keten en de interoperabiliteit te bevorderen. De zorgmarkt blijft zo in ontwikkeling, maar ten goede.’

Meer lezen

In de spotlights: Marianne Knoop Pathuis-Baarda, Medicore

12.12.18

Medicore is in meerdere zorgdomeinen actief met haar EPD. Daarmee voldoet ze aan de wensen van hun klanten. Het geeft ze ook inzicht in hoe verzuild de zorgmarkt eigenlijk is. ‘In het ziekenhuiszorgdomein zijn de plannen voor 2020 al bekend, terwijl in de GGZ nu nog wijzigingen voor 2019 worden geïntroduceerd’, aldus Marianne Knoop Pathuis-Baarda, productmanager bij Medicore. Om in alle domeinen de rol van de softwareleverancier te vergroten, is Medicore aangesloten bij OIZ.

Kunt u een korte introductie geven van uw bedrijf en aangeven welke klanten u bedient?

Marianne Knoop Pathuis-Baarda, productmanager bij Medicore: ‘Medicore is een snelgroeiende ontwikkelaar van een compleet en gebruiksvriendelijk webbased MC EPD. Van origine leveren we het EPD aan zelfstandige behandelcentra (ZBC’s), maar daarna zijn we tevens uitgegroeid tot een marktleider in de ambulante GGZ en Jeugdzorg, en bedienen we zorgaanbieders voor zintuigelijke gehandicaptenzorg, WMO en een stukje Wlz. Het is een organische groei geweest. We luisteren naar de wensen van onze klanten en ontwikkelen ons EPD zo door.’

Welke uitdagingen ziet u in de zorg- en IT-markt?

‘De belangrijkste uitdaging is de verzuiling in de zorgmarkt. Ons EPD wordt in meerdere domeinen gebruikt en we zien grote verschillen in de wijze waarop regelgeving geregeld wordt. In de ziekenhuiszorgmarkt is hard gewerkt om reguliere wijzigingen tijdig voorbereid en bevroren te krijgen. Daardoor weten we al op hoofdlijnen wat de plannen voor 2020 zijn. In de GGZ worden eind november nog impactrijke wijzigingen voor 2019 doorgevoerd, terwijl de wijzigingen voor beide zorgmarkten door de NZA worden gepubliceerd. In de jeugdzorg is het nog onoverzichtelijker geworden, sinds de transitie van uitvoering, maar ook regelgeving, naar de gemeenten. Hierdoor is er een veelheid van uitvoeringsvarianten, facturatie- en declaratiewijzes ontstaan, die de gemeenten in principe zelf mogen opleggen.’

‘Een andere uitdaging is de innovatie, die in de zorg soms langzaam verloopt. De grote verscheidenheid aan landelijke programma’s maakt het voor zorgleveranciers ook niet eenvoudig om te kiezen. Tegelijkertijd zie je dat waar subsidie wordt verstrekt, adoptie wordt versneld. Door het VIPP-programma is de adoptie van patiëntportalen en PGO’s door zorginstellingen in een versnelling gekomen, bijvoorbeeld. En niet alleen bij de zorginstellingen die de subsidie zelf ontvangen, ook anderen zien door dit programma de ontwikkelingen ontstaan en willen erin mee.’

Welke rol ziet u weggelegd voor OIZ?

‘We staan als groep sterker dan als een enkele softwareleverancier in het afgeven van signalen over haalbaarheid van verandervoorstellen. Die toegevoegde waarde is vooral duidelijk geworden sinds de transitie in de Jeugdzorg. We zitten ook steeds vaker aan tafel bij de belangrijke partijen, zoals VWS, zodat we eerder in een veranderingsproces kunnen meepraten. Nu komt de technische haalbaarheid van een verandering nog vaak te laat aan de orde. Daarom zie je soms dat een voorgestelde bezuiniging helemaal geen bezuiniging is, vanwege de benodigde investering in ICT en proceswijzigingen.’

‘We zijn vanuit Medicore met twee vaste deelnemers vertegenwoordigd in de OIZ-werkgroep Wet- en Regelgeving. Ook sloot onze security officer aan bij de besprekingen over de AVG. Door dit onderwerp gezamenlijk op te pakken in OIZ, konden we ICT Recht inschakelen om de gevolgen van deze wetgeving helderder te maken. Ook voor de MDR trekken we weer gezamenlijk op. We hebben nog niet alle doelen behaald die we als OIZ willen behalen, maar we bereiken gezamenlijk al meer dan ieder apart.’

Marianne Knoop Pathuis-Baarda, productmanager bij Medicore

Meer lezen

Het Bestuur van OIZ is op zoek naar een nieuwe directeur

03.12.18

OIZ is de branchevereniging voor ICT ondernemingen in de zorg. De vereniging zet zich voor haar meer dan 80 leden in op het gebied van wet- en regelgeving voor de zorg, het tot stand komen en implementeren van standaarden en juridische vraagstukken. Naast belangenbehartiging zijn kennisdeling en netwerken belangrijke doelstellingen van de vereniging. Daarbij is de missie om toepassing van ICT in de gezondheidszorg in zijn algemeenheid te bevorderen alsmede de onafhankelijkheid en de economische positie van de branche te waarborgen.

De functie: Directeur, boegbeeld, gepassioneerde en moderne belangenbehartiger met affiniteit voor complexe gezondheidszorg ICT (0,2 – 0,4 fte)

Het dynamische speelveld van de ICT in de gezondheidszorg vraagt om meer samenwerking tussen en met overheden, koepels, zorgverzekeraars, gemeenten en andere organisaties die direct of indirect invloed uitoefenen op ICT in de zorg. De directeur is de onafhankelijke spil, aangestuurd door bestuursleden uit het werkveld, die de vereniging representeert op verschillende niveaus. Hij/zij is in staat om zowel op detailniveau zaken vlot te trekken als de grote lijnen op beleidsgebied te initiëren bij de verschillende belanghebbenden.

De nieuwe directeur speelt als belangenbehartiger, maar ook als initiatiefrijke inspirator en lobbyist uiteraard een voorname rol. Concreet mag tot het takenpakket gerekend worden:

  • Het vervullen van de rol van onafhankelijk voortrekker binnen de gestelde doelen van OIZ, in juiste afstemming met bestuur en leden;
  • Het ontwikkelen van een scherpe visie op de toekomst en ontwerpen van transitie-modellen;
  • Het faciliteren van kennisuitwisseling en –opbouw binnen de sector;
  • Het vertegenwoordigen van de OIZ in diverse gremia, zowel binnen de branche als politiek;
  • Het optimaal behartigen van de belangen van de branche;

Vanzelfsprekend bent u daarbij intern en extern het boegbeeld van OIZ. U rapporteert in deze functie direct aan het (dagelijks) bestuur van OIZ.

Uw profiel:

  • Een daadkrachtige visionair met kennis en hart voor de ICT in de gezondheidszorg;
  • Academisch werk- en denkniveau;
  • Minimaal 7 jaar ervaring als manager en/of bestuurder, bij voorkeur binnen de branche of bij gelijksoortige brancheorganisaties;
  • Aantoonbare kennis van en/of affiniteit met ICT in de gezondheidszorg;
  • Goede kennis van ambtelijke en politieke processen bij de overheid (VWS) en/of gemeenten
  • Strategisch én operationeel sterk, type bestuurder;
  • Aantoonbare commerciële ervaring;
  • Ondernemend, initiatiefrijk en resultaatgericht;
  • Bewezen uitstekende onderhandelaar en netwerker;
  • Communicator, empathisch, bindend vermogen;
  • Zakelijk en financieel goed onderlegd

Informatie en sollicitatie

Voor meer informatie of directe kandidatuur kunnen geïnteresseerden contact opnemen met:

Secretariaat OIZ
Willem Barentszstraat 1
3902 DE VEENENDAAL
T +31 (0) 318 54 82 11
E info@oizorg.nl
I www.oizorg.nl

 

Meer lezen

Is groter beter?, Johan Vos

18.10.18

Zorgvisie ICT 05, oktober 2018, pagina 29, rubriek Opinie: auteur Johan Vos

Schaalvergroting past in de huidige tijd. Geldt dat ook voor de zorg-ict? Zorgen minder leveranciers voor snellere innovatieve toepassingen van e-health voor zorgverleners en zelfregie voor de patiënt?

Meer lezen

Pro(e)ven, Johan Vos

06.09.18

Zorgvisie ICT 04, augustus 2018, pagina 29, rubriek Opinie: auteur Johan Vos

Centraal of decentraal. Landelijk of regionaal. Een fundamenteel vraagstuk dat vaak en nadrukkelijk naar voren komt in discussies over informatieuitwisseling in de zorg.

Meer lezen

OIZ nu ook aan tafel met NZA

29.08.18

OIZ houdt de vinger aan de pols en blijft actief uitreiken naar andere partijen. Zo zat OIZ-directeur Kees Donker deze zomer om tafel met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) en maakte hij kennis met Gelle Klein Ikkink, programmadirecteur Innovatie en Zorgvernieuwing. Ook blijft OIZ kritisch over al doorgevoerde veranderingen, zoals iWlz. Met uiteraard als doel om de veranderingen in de toekomst soepeler te laten verlopen voor overheid, zorgaanbieders én softwareleveranciers.

Kees Donker: ‘Inmiddels ben ik al een tijd directeur van OIZ en, zoals ik vaak herhaal, we zijn in die jaren steeds zichtbaarder geworden. Het bestuur en ik worden actief gevraagd om plaats te nemen in gesprekken met VWS, ZIN en ZN. Maar toch ontmoet ik nog steeds interessante stakeholders waar wij nog niet in gesprek mee zijn. Het kost natuurlijk tijd om iedereen te leren kennen, maar je ziet toch nog steeds dat in overzichtsafbeeldingen de softwareleveranciers vaak vergeten worden.’

‘Zo was het ook enkele weken geleden toen ik een prestatie volgde van een senior juridisch beleidsadviseur bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA). Hij liet een afbeelding zien over de zorgketen. Ziekenhuizen, apothekers, gemeenten, VWS: ze werden allemaal genoemd in het plaatje, maar de IT-leveranciers in de zorg stonden er niet bij. Dat is toch gek. We hebben afgesproken dat hij de volgende keer de IT-leveranciers meeneemt in zijn presentatie.’

Nieuw financieringsmodel in de GGZ

‘Overigens hadden we twee jaar geleden niet gedacht dat de NZA een belangrijke partij zou zijn om mee om tafel te gaan. De organisatie handhaaft regels omtrent zorgdeclaraties en houden zo toezicht op de zorgmarkt. Maar nu bijvoorbeeld gekeken wordt naar een nieuw financieringsmodel in de GGZ is het cruciaal dat het belang van softwareleveranciers wordt meegenomen. Daarom zitten we binnenkort om tafel met onder andere de NZA om hierover door te praten.’

‘Maar ook binnen het VWS, waarmee we toch regelmatig gesprekken voeren, kom ik nog nieuwe gesprekspartners tegen. Zo ontmoette ik laatst de programmadirecteur Innovatie en Zorgvernieuwing van VWS, Gelle Klein Ikkink. Ik dacht dat ik hem toch ontmoet zou moeten hebben tijdens de gesprekken over MedMij. Alleen blijkt hij niet betrokken te zijn met MedMij. Dat valt me toch op, want MedMij moet toch juist over innovatie en zorgvernieuwing gaan.’

Vinger aan de pols houden

‘Het chaosdiagram, waarover ik al eerder sprak, blijft dus onoverzichtelijk. Het is dan eenvoudig om het overzicht te verliezen. Daarom vind ik het belangrijk om bij alle dossiers betrokken te blijven, zodat ik zeker weet dat we bij elk dossier voortgang boeken. Bijvoorbeeld als het gaat om MedMij. Er worden belangrijke successen geboekt, er zijn al tientallen PGO’s aangesloten via het MedMij-loket. Toch blijft VWS de ene visie hanteren en de Nederlandse PatiëntenFederatie (NPF), bijvoorbeeld, een andere.’

‘We blijven de vinger aan de pols houden. Zo hebben we een brief gestuurd naar ZorgInstituut Nederland (ZIN) om de laatste iWlz-veranderingen aan te kaarten. Niet alles ging verkeerd, maar het kan nog zoveel beter. We zijn bij ZIN langs geweest en hebben afgesproken dat OIZ betrokken wordt bij de Technische Expertgroep Actieprogramma iWlz, waarbij de veranderingen voor 2020 besproken worden. Zo zijn de veranderingen ook haalbaar voor softwareleveranciers en zorgaanbieders.’

Meer lezen

In de spotlight: René Drost, directeur van NAMCO

29.08.18

Softwareleverancier in de zorg NAMCO heeft bijzondere roots, namelijk in de luchtvaart. Vanuit de ervaring in die sector komt de betrokkenheid bij standaarden om veiligheid te waarborgen van René Drost, directeur van NAMCO.  Daarom werkte zijn bedrijf onder andere mee aan een set standaarden die zijn opgenomen in de Nederlandse wetgeving. Ook waarschuwt Drost voor cowboys, softwareleveranciers die het niet zo nauw nemen met de wet- en regelgeving: zij zullen de markt verpesten.

Kunt u een korte introductie geven van uw bedrijf en aangeven welke klanten u bedient?

René Drost, directeur van NAMCO: ‘Wij zijn sinds 2007 actief in de gezondheidszorg. Oorspronkelijk stond NAMCO voor Netherlands Aerospace Management Company: onze wortels liggen in de luchtvaart. De luchtvaart kent een veiligheidssysteem dat de sector over de hele wereld op een standaard manier reguleert. Als er een incident is, wordt dat nauwkeurig onderzocht, zodat er maatregelen worden genomen die herhaling van dat incident moeten tegengaan. De luchtvaart is daarom een sterk lerende sector. Die kennis en ervaring nemen we mee in de zorg.’

‘Onze focus in de zorg is de veilige toepassing van medische technologie. Dat gaat over de gehele levenscyclus van de technologie, dus vanaf het ontwerp bij de fabrikant tot en met het gebruik door de zorgprofessional. Wij hebben bijgedragen aan het convenant ‘Veilige toepassing van medische technologie’, afgekort convenant medische technologie. Dit is een landelijke set van eisen waaraan elke zorginstelling moet voldoen om veilige zorg te kunnen leveren. De set is inmiddels door de inspectie tot veldnorm verklaard en opgenomen in de Nederlandse wetgeving.’

‘Wij hebben een instrument ontwikkeld om veiligheidswaarschuwingen snel en aantoonbaar af te handelen. Naast dit werk ben ik duo-voorzitter van het NEN-platform Software as Medical Device.’

Welke uitdagingen ziet u in de zorg- en IT-markt?

‘Ik denk dat het in de IT-sector in de zorg de verkeerde kant op gaat. Ik zie dat onze sector zichzelf uit de markt prijst. Zaken die in de kern niet moeilijk zijn, worden te vaak te moeilijk en dus te duur voorgespiegeld. Voor elke implementatie wordt weer een nieuw plan bedacht, terwijl bijvoorbeeld het implementeren van een EPD voor zo’n leverancier gesneden koek zou moeten zijn. Daarna ga je waarde toevoegen. Als de sector het spel niet goed speelt, loopt dat voor iedereen slecht af.’

‘De zorgmarkt is voor IT-leveranciers een machtig boeiende sector met patiënten als zichtbaar bewijs waar we het allemaal voor doen. Daar zou een IT-bedrijf zich dan ook mee bezig moeten zijn: het belang van die klant begrijpen, zodat waarde toegevoegd kan worden en in contact met de klant getoetst kan worden of klanten die waarde ook zo ervaren. Dat vergt een andere visie van een IT-bedrijf. Uiteindelijk draait alles om het toevoegen van waarde.’

Waarom bent u lid geworden van OIZ?

‘Ik zie nog steeds werkgroepen waar geen deelnemers uit de IT-markt zitten, bijvoorbeeld bij het NVZ, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. Wij moeten om tafel zien te komen, zodat de discussies over ICT bij mensen worden belegd die er verstand van hebben. Nu gebeurt dat niet, terwijl medische technologie steeds complexer wordt en bijna alle apparatuur embedded software heeft die verbonden is met de omgeving.’

‘Ik denk ook dat cowboys de markt verpesten. Ze nemen het niet zo nauw met de wet- en regelgeving. Het zijn bijvoorbeeld die softwareleveranciers die een project te moeilijk voor doen of die goedkope apparatuur leveren, maar waar uiteindelijk ziekenhuizen veel duurder mee uit zijn. OIZ zou daar een standpunt in moeten nemen. Daar zou ik ook graag een actieve rol in willen spelen. Maar ik denk ook graag mee over het bevorderen van standaardisatie en wet- en regelgeving.’

René Drost, directeur van NAMCO

Meer lezen

Te hoge ambities, te strakke deadline: financieringsmodel GGZ en invoering MDR

29.08.18

In de komende twee jaren staan ambitieuze plannen op het programma als het gaat om het financieringsmodel in de GGZ en de Medical Device Regulations. Zo ambitieus dat de doelstellingen en vooral de deadline in 2020 onhaalbaar lijken, zo vertelt Eddy van de Werken, bestuurslid en deelnemer van de Werkgroep Wet- en Regelgeving: ‘We zijn daarom in gesprek met NZA en VWS. We zijn zelfs bezig met een lobby richting Brussel. Het zijn roerige tijden, dat is zeker.’

Eddy van de Werken, lid van de Werkgroep Wet- en Regelgeving: ‘Er wordt al jaren gesproken over de zorginhoudelijke waardering en de financiële verantwoording in de GGZ. De zorgverzekeraars willen graag een ander model. De vraag is natuurlijk: waarom? Volgens de zorgverzekeraars geeft het huidige model niet goed weer wat geleverd is voor welk probleem. De zorgverzekeraars zouden zo te veel geld betalen en te weinig grip hebben op de kwaliteit van de geleverde zorg.’

Zorgclustermodel uit Groot Brittannië

‘In Groot Brittannië wordt al langer gebruik gemaakt van het zorginhoudelijke zorgclustermodel. Dat moet een goed model zijn voor de GGZ en er wordt al langere tijd beloofd dat dit model in 2020 live moet zijn. Maar het is nu halverwege 2018 en er is veel te weinig vooruitgang geboekt. Het probleem is dat als je de mening vraagt van twintig zorgprofessionals dat je dan twintig verschillende meningen krijgt. De afstemming in het zorgveld verloopt stroef.’

‘Het volgende probleem is de financiering van dit model. In Groot-Brittannië werken ze met de National Health Services (NHS). Dat is hier niet toe te passen. Dus in Nederland moeten wij een andere vertaling maken naar de financiering. De verzekeraars willen minder geld uitgeven, maar de zorginstellingen moeten rendabel zijn. Dat is een uitdaging. OIZ kan daar deels invloed op uitoefenen, want wij moeten uiteindelijk de vertaling maken naar de software, zodat zowel het zorgproces, alsook de declaraties in onze ECD’s gefaciliteerd worden.’

‘Om die invloed te kunnen uitoefenen zijn we in gesprek met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA). We willen de problematiek goed op de agenda krijgen. We willen onze zorgen uiten over de termijn waarop dit nieuwe model in gebruik moet worden genomen en wanneer de specificaties bekend worden. Wij moeten zorgen dat wij onze klanten goed kunnen bedienen en de software inrichten, zodat zij op tijd en correct de declaraties kunnen indienen.’

MDR: vallen ECD’s nu onder deze wet?

‘We zijn ook in gesprek met VWS en bezig met een lobby richting naar Brussel over de Medical Device Regulations (MDR). De Europese Wet is een opvolger van de Medical Device Directive (MDD). De classificatie van een medisch apparaat is in de MDR aangepast, waardoor een groot aantal systemen die wij als softwareleveranciers maken ineens als zodanig worden geclassificeerd. Dat betekent dat deze systemen nu gecertificeerd moeten worden.’

‘ECD’s en EPD’s die gegevens gebruiken om te bepalen welke actie moet volgen of voorspellingen te doen, worden nu geclassificeerd als medical device. Dus als je alleen bloedsuikerwaarden vastlegt, dan is dat prima. Maar gebruik je die waarden om bijvoorbeeld de gewenste insuline-inname te voorspellen of een risico-inventarisatie te maken, dan valt het systeem onder de wet. Dat betekent dat bijna elk ECD onder de wet valt en gecertificeerd moet worden. Of in ieder geval dat deel dat de gegevens verwerkt.’

Slechts 1 certificeringsinstantie

‘De certificering is problematisch, want ten eerste kost het natuurlijk geld om systemen te laten certificeren. Het is de vraag of softwareleveranciers dit budget kunnen vrijmaken. Ten tweede is er in Nederland maar één instantie die de certificering kan uitgeven. Als alle softwareleveranciers die ineens onder de MDR vallen, zich moeten laten certificeren, ontstaat daar natuurlijk een capaciteitsprobleem. De instelling kan elke prijs vragen én het is maar de vraag of certificeringen op tijd rond komen.’

‘De MDR is al op 25 mei 2017 van kracht en de transitieperiode loopt tot 2020. Het is nu halverwege 2018 en aangezien alle certificeringen nog moeten starten, dan snap je dat dat niet haalbaar is. Daarom zijn we in gesprek met de overheid, VWS en NZA, en een lobby gestart richting Brussel om te pleiten voor een aanpassing van de definitie of in ieder geval coulance in het verkrijgen van de certificering. Je kunt dus wel zeggen dat het roerige tijden zijn voor leveranciers in de zorg en zorgaanbieders.’

Dit is deel 2 van alle ontwikkelingen in de Werkgroep Wet- en Regelgeving. Klik hier voor het nieuws rondom iJW, iWMO en iWlz.

Meer lezen

iJW, iWMO en iWlz in 2019: OIZ stelt kritische vragen

29.08.18

Voor 2019 staan wat kleine wijzigingen voor iJW, iWMO en iWlz gepland. Over de grotere wijzigingen wordt druk gedelibereerd, waarbij de Werkgroep Wet- en Regelgeving van OIZ kritische vragen stelt en meepraat. Want, zo vertelt Eddy van de Werken, soms wordt veranderd om het veranderen. ‘Wat is de business case van de wijzigingen? Wat helpt de nieuwe wet- en regelgeving onze klanten en ons als softwareleveranciers?’

Eddy van de Werken, lid van  de Werkgroep Wet- en Regelgeving: ‘Vanuit het sociaal domein en de gemeente staan wijzigingen gepland voor de Jeugdwet (JW) en Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Vanuit OIZ waren we betrokken bij de ontwikkeling hiervan en hebben we de agenda medebepaald. Wij hebben bij de wijzigingen continu gevraagd: hoe helpen die onze klanten? Hoe helpen die ons? Wat is de business case? Soms voelen beleidsmedewerkers de druk om te veranderen om het veranderen. Wij waken dat het wel de goede richting op gaat.’

Wijzigingen iJW en iWMO van 1 april 2019

‘Wat vooral belangrijk is bij wijzigingen in wet- en regelgeving, is het effect van een verandering op andere onderdelen. Als je de toewijzing verandert, dan heeft dat ook invloed op hoe verantwoording moet plaatsvinden en andersom. Daar proberen wij voor te waken. Wij hebben daar aandacht voor in het belang van onze klanten. Wij maken de software wel, maar onze klanten moeten er ook mee kunnen werken.’

‘De nieuwe wijzigingen die op 1 april 2019 van kracht worden zijn op een haar na afgerond. De omvang van de wijzigingen is beperkt. Dat komt omdat we bij een aantal wijzigingen de waarschuwing hebben gegeven dat sommige wijzigingen groter opgepakt moeten worden, zodat het van voor tot achter klopt. Deze release, versie 2.3, is daarom een verduidelijkingsrelease. De toelichting voor het invullen van bepaalde velden bleek niet eenduidig, dus die informatie is nu nader gespecificeerd.’

Grote plannen iWlz in de ijskast gezet

‘Ook de plannen voor de iWlz voor 2019 zijn klein, misschien nog kleiner dan die voor de JW en WMO. De grootste plannen zijn in de ijskast gezet. Ze hebben van de afgelopen release in mei 2018 geleerd dat het bigbangscenario niet is gelopen zoals ze hadden gehoopt. We hebben daarom met het Zorginstituut Nederland en de stuurgroep iWlz gesproken over de punten die niet goed liepen. Uiteindelijk is besloten om de komende grote wijzigingen eerst verder uit te werken.’

‘Nu is de technische expertgroep actieprogramma iWlz opgezet. Deze groep, waar OIZ ook onderdeel van is geworden, gaat zich bezig houden met de wijze waarop informatie gedeeld wordt binnen de keten. Ze willen dat drastisch veranderen. Nu worden berichten van verzender naar ontvanger via een soort postbussysteem (Vecozo) uitgewisseld. In de toekomst willen ze naar een registermodel, waarbij informatie moet worden opgehaald door gemeenten en zorgkantoren bij de zorgaanbieders en vice versa. Het is een grote verandering en de vraag is hoe dat vorm krijgt.’

‘Als bestuur praten we daar binnenkort over: wat vinden wij van deze wijziging? Welke pro’s en contra’s kunnen wij opstellen? Welk probleem wordt er opgelost? Wie wordt er beter van? Dat is namelijk niet duidelijk. De vraag is wat de toegevoegde waarde is. Wij ontwikkelen ons eigen standpunt over deze ontwikkelingen. Door onze breed gedragen visie als OIZ te presenteren, kunnen we meer invloed uitoefenen dan als we afzonderlijk van elkaar onze mening geven.’

Dit is deel 1 van alle ontwikkelingen in de Werkgroep Wet- en Regelgeving. Klik hier voor het nieuws rondom het financieringsmodel in de GGZ en de Medical Device Regulations (MDR).

Meer lezen