blockquote btn-arrow-cutout btn-arrow btn-info cite Rectangle 647 + Rectangle 648Created with Sketch. Bitmap 3 + Imported LayersCreated with Sketch. Rectangle 104 + Line + Line 4Created with Sketch. Bitmap 6 + Imported Layers 3Created with Sketch. Created with Sketch. Bitmap 4 + Imported Layers 2Created with Sketch. Rectangle 104 + Oval 10Created with Sketch. icon-web Rectangle 8 + Rectangle 9Created with Sketch.

Nieuwsberichten


Pro(e)ven, Johan Vos

06.09.18

Zorgvisie ICT 04, augustus 2018, pagina 29, rubriek Opinie: auteur Johan Vos

Centraal of decentraal. Landelijk of regionaal. Een fundamenteel vraagstuk dat vaak en nadrukkelijk naar voren komt in discussies over informatieuitwisseling in de zorg.

Meer lezen

OIZ nu ook aan tafel met NZA

29.08.18

OIZ houdt de vinger aan de pols en blijft actief uitreiken naar andere partijen. Zo zat OIZ-directeur Kees Donker deze zomer om tafel met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) en maakte hij kennis met Gelle Klein Ikkink, programmadirecteur Innovatie en Zorgvernieuwing. Ook blijft OIZ kritisch over al doorgevoerde veranderingen, zoals iWlz. Met uiteraard als doel om de veranderingen in de toekomst soepeler te laten verlopen voor overheid, zorgaanbieders én softwareleveranciers.

Kees Donker: ‘Inmiddels ben ik al een tijd directeur van OIZ en, zoals ik vaak herhaal, we zijn in die jaren steeds zichtbaarder geworden. Het bestuur en ik worden actief gevraagd om plaats te nemen in gesprekken met VWS, ZIN en ZN. Maar toch ontmoet ik nog steeds interessante stakeholders waar wij nog niet in gesprek mee zijn. Het kost natuurlijk tijd om iedereen te leren kennen, maar je ziet toch nog steeds dat in overzichtsafbeeldingen de softwareleveranciers vaak vergeten worden.’

‘Zo was het ook enkele weken geleden toen ik een prestatie volgde van een senior juridisch beleidsadviseur bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA). Hij liet een afbeelding zien over de zorgketen. Ziekenhuizen, apothekers, gemeenten, VWS: ze werden allemaal genoemd in het plaatje, maar de IT-leveranciers in de zorg stonden er niet bij. Dat is toch gek. We hebben afgesproken dat hij de volgende keer de IT-leveranciers meeneemt in zijn presentatie.’

Nieuw financieringsmodel in de GGZ

‘Overigens hadden we twee jaar geleden niet gedacht dat de NZA een belangrijke partij zou zijn om mee om tafel te gaan. De organisatie handhaaft regels omtrent zorgdeclaraties en houden zo toezicht op de zorgmarkt. Maar nu bijvoorbeeld gekeken wordt naar een nieuw financieringsmodel in de GGZ is het cruciaal dat het belang van softwareleveranciers wordt meegenomen. Daarom zitten we binnenkort om tafel met onder andere de NZA om hierover door te praten.’

‘Maar ook binnen het VWS, waarmee we toch regelmatig gesprekken voeren, kom ik nog nieuwe gesprekspartners tegen. Zo ontmoette ik laatst de programmadirecteur Innovatie en Zorgvernieuwing van VWS, Gelle Klein Ikkink. Ik dacht dat ik hem toch ontmoet zou moeten hebben tijdens de gesprekken over MedMij. Alleen blijkt hij niet betrokken te zijn met MedMij. Dat valt me toch op, want MedMij moet toch juist over innovatie en zorgvernieuwing gaan.’

Vinger aan de pols houden

‘Het chaosdiagram, waarover ik al eerder sprak, blijft dus onoverzichtelijk. Het is dan eenvoudig om het overzicht te verliezen. Daarom vind ik het belangrijk om bij alle dossiers betrokken te blijven, zodat ik zeker weet dat we bij elk dossier voortgang boeken. Bijvoorbeeld als het gaat om MedMij. Er worden belangrijke successen geboekt, er zijn al tientallen PGO’s aangesloten via het MedMij-loket. Toch blijft VWS de ene visie hanteren en de Nederlandse PatiëntenFederatie (NPF), bijvoorbeeld, een andere.’

‘We blijven de vinger aan de pols houden. Zo hebben we een brief gestuurd naar ZorgInstituut Nederland (ZIN) om de laatste iWlz-veranderingen aan te kaarten. Niet alles ging verkeerd, maar het kan nog zoveel beter. We zijn bij ZIN langs geweest en hebben afgesproken dat OIZ betrokken wordt bij de Technische Expertgroep Actieprogramma iWlz, waarbij de veranderingen voor 2020 besproken worden. Zo zijn de veranderingen ook haalbaar voor softwareleveranciers en zorgaanbieders.’

Meer lezen

In de spotlight: René Drost, directeur van NAMCO

29.08.18

Softwareleverancier in de zorg NAMCO heeft bijzondere roots, namelijk in de luchtvaart. Vanuit de ervaring in die sector komt de betrokkenheid bij standaarden om veiligheid te waarborgen van René Drost, directeur van NAMCO.  Daarom werkte zijn bedrijf onder andere mee aan een set standaarden die zijn opgenomen in de Nederlandse wetgeving. Ook waarschuwt Drost voor cowboys, softwareleveranciers die het niet zo nauw nemen met de wet- en regelgeving: zij zullen de markt verpesten.

Kunt u een korte introductie geven van uw bedrijf en aangeven welke klanten u bedient?

René Drost, directeur van NAMCO: ‘Wij zijn sinds 2007 actief in de gezondheidszorg. Oorspronkelijk stond NAMCO voor Netherlands Aerospace Management Company: onze wortels liggen in de luchtvaart. De luchtvaart kent een veiligheidssysteem dat de sector over de hele wereld op een standaard manier reguleert. Als er een incident is, wordt dat nauwkeurig onderzocht, zodat er maatregelen worden genomen die herhaling van dat incident moeten tegengaan. De luchtvaart is daarom een sterk lerende sector. Die kennis en ervaring nemen we mee in de zorg.’

‘Onze focus in de zorg is de veilige toepassing van medische technologie. Dat gaat over de gehele levenscyclus van de technologie, dus vanaf het ontwerp bij de fabrikant tot en met het gebruik door de zorgprofessional. Wij hebben bijgedragen aan het convenant ‘Veilige toepassing van medische technologie’, afgekort convenant medische technologie. Dit is een landelijke set van eisen waaraan elke zorginstelling moet voldoen om veilige zorg te kunnen leveren. De set is inmiddels door de inspectie tot veldnorm verklaard en opgenomen in de Nederlandse wetgeving.’

‘Wij hebben een instrument ontwikkeld om veiligheidswaarschuwingen snel en aantoonbaar af te handelen. Naast dit werk ben ik duo-voorzitter van het NEN-platform Software as Medical Device.’

Welke uitdagingen ziet u in de zorg- en IT-markt?

‘Ik denk dat het in de IT-sector in de zorg de verkeerde kant op gaat. Ik zie dat onze sector zichzelf uit de markt prijst. Zaken die in de kern niet moeilijk zijn, worden te vaak te moeilijk en dus te duur voorgespiegeld. Voor elke implementatie wordt weer een nieuw plan bedacht, terwijl bijvoorbeeld het implementeren van een EPD voor zo’n leverancier gesneden koek zou moeten zijn. Daarna ga je waarde toevoegen. Als de sector het spel niet goed speelt, loopt dat voor iedereen slecht af.’

‘De zorgmarkt is voor IT-leveranciers een machtig boeiende sector met patiënten als zichtbaar bewijs waar we het allemaal voor doen. Daar zou een IT-bedrijf zich dan ook mee bezig moeten zijn: het belang van die klant begrijpen, zodat waarde toegevoegd kan worden en in contact met de klant getoetst kan worden of klanten die waarde ook zo ervaren. Dat vergt een andere visie van een IT-bedrijf. Uiteindelijk draait alles om het toevoegen van waarde.’

Waarom bent u lid geworden van OIZ?

‘Ik zie nog steeds werkgroepen waar geen deelnemers uit de IT-markt zitten, bijvoorbeeld bij het NVZ, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. Wij moeten om tafel zien te komen, zodat de discussies over ICT bij mensen worden belegd die er verstand van hebben. Nu gebeurt dat niet, terwijl medische technologie steeds complexer wordt en bijna alle apparatuur embedded software heeft die verbonden is met de omgeving.’

‘Ik denk ook dat cowboys de markt verpesten. Ze nemen het niet zo nauw met de wet- en regelgeving. Het zijn bijvoorbeeld die softwareleveranciers die een project te moeilijk voor doen of die goedkope apparatuur leveren, maar waar uiteindelijk ziekenhuizen veel duurder mee uit zijn. OIZ zou daar een standpunt in moeten nemen. Daar zou ik ook graag een actieve rol in willen spelen. Maar ik denk ook graag mee over het bevorderen van standaardisatie en wet- en regelgeving.’

René Drost, directeur van NAMCO

Meer lezen

Te hoge ambities, te strakke deadline: financieringsmodel GGZ en invoering MDR

29.08.18

In de komende twee jaren staan ambitieuze plannen op het programma als het gaat om het financieringsmodel in de GGZ en de Medical Device Regulations. Zo ambitieus dat de doelstellingen en vooral de deadline in 2020 onhaalbaar lijken, zo vertelt Eddy van de Werken, bestuurslid en deelnemer van de Werkgroep Wet- en Regelgeving: ‘We zijn daarom in gesprek met NZA en VWS. We zijn zelfs bezig met een lobby richting Brussel. Het zijn roerige tijden, dat is zeker.’

Eddy van de Werken, lid van de Werkgroep Wet- en Regelgeving: ‘Er wordt al jaren gesproken over de zorginhoudelijke waardering en de financiële verantwoording in de GGZ. De zorgverzekeraars willen graag een ander model. De vraag is natuurlijk: waarom? Volgens de zorgverzekeraars geeft het huidige model niet goed weer wat geleverd is voor welk probleem. De zorgverzekeraars zouden zo te veel geld betalen en te weinig grip hebben op de kwaliteit van de geleverde zorg.’

Zorgclustermodel uit Groot Brittannië

‘In Groot Brittannië wordt al langer gebruik gemaakt van het zorginhoudelijke zorgclustermodel. Dat moet een goed model zijn voor de GGZ en er wordt al langere tijd beloofd dat dit model in 2020 live moet zijn. Maar het is nu halverwege 2018 en er is veel te weinig vooruitgang geboekt. Het probleem is dat als je de mening vraagt van twintig zorgprofessionals dat je dan twintig verschillende meningen krijgt. De afstemming in het zorgveld verloopt stroef.’

‘Het volgende probleem is de financiering van dit model. In Groot-Brittannië werken ze met de National Health Services (NHS). Dat is hier niet toe te passen. Dus in Nederland moeten wij een andere vertaling maken naar de financiering. De verzekeraars willen minder geld uitgeven, maar de zorginstellingen moeten rendabel zijn. Dat is een uitdaging. OIZ kan daar deels invloed op uitoefenen, want wij moeten uiteindelijk de vertaling maken naar de software, zodat zowel het zorgproces, alsook de declaraties in onze ECD’s gefaciliteerd worden.’

‘Om die invloed te kunnen uitoefenen zijn we in gesprek met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA). We willen de problematiek goed op de agenda krijgen. We willen onze zorgen uiten over de termijn waarop dit nieuwe model in gebruik moet worden genomen en wanneer de specificaties bekend worden. Wij moeten zorgen dat wij onze klanten goed kunnen bedienen en de software inrichten, zodat zij op tijd en correct de declaraties kunnen indienen.’

MDR: vallen ECD’s nu onder deze wet?

‘We zijn ook in gesprek met VWS en bezig met een lobby richting naar Brussel over de Medical Device Regulations (MDR). De Europese Wet is een opvolger van de Medical Device Directive (MDD). De classificatie van een medisch apparaat is in de MDR aangepast, waardoor een groot aantal systemen die wij als softwareleveranciers maken ineens als zodanig worden geclassificeerd. Dat betekent dat deze systemen nu gecertificeerd moeten worden.’

‘ECD’s en EPD’s die gegevens gebruiken om te bepalen welke actie moet volgen of voorspellingen te doen, worden nu geclassificeerd als medical device. Dus als je alleen bloedsuikerwaarden vastlegt, dan is dat prima. Maar gebruik je die waarden om bijvoorbeeld de gewenste insuline-inname te voorspellen of een risico-inventarisatie te maken, dan valt het systeem onder de wet. Dat betekent dat bijna elk ECD onder de wet valt en gecertificeerd moet worden. Of in ieder geval dat deel dat de gegevens verwerkt.’

Slechts 1 certificeringsinstantie

‘De certificering is problematisch, want ten eerste kost het natuurlijk geld om systemen te laten certificeren. Het is de vraag of softwareleveranciers dit budget kunnen vrijmaken. Ten tweede is er in Nederland maar één instantie die de certificering kan uitgeven. Als alle softwareleveranciers die ineens onder de MDR vallen, zich moeten laten certificeren, ontstaat daar natuurlijk een capaciteitsprobleem. De instelling kan elke prijs vragen én het is maar de vraag of certificeringen op tijd rond komen.’

‘De MDR is al op 25 mei 2017 van kracht en de transitieperiode loopt tot 2020. Het is nu halverwege 2018 en aangezien alle certificeringen nog moeten starten, dan snap je dat dat niet haalbaar is. Daarom zijn we in gesprek met de overheid, VWS en NZA, en een lobby gestart richting Brussel om te pleiten voor een aanpassing van de definitie of in ieder geval coulance in het verkrijgen van de certificering. Je kunt dus wel zeggen dat het roerige tijden zijn voor leveranciers in de zorg en zorgaanbieders.’

Dit is deel 2 van alle ontwikkelingen in de Werkgroep Wet- en Regelgeving. Klik hier voor het nieuws rondom iJW, iWMO en iWlz.

Meer lezen

iJW, iWMO en iWlz in 2019: OIZ stelt kritische vragen

29.08.18

Voor 2019 staan wat kleine wijzigingen voor iJW, iWMO en iWlz gepland. Over de grotere wijzigingen wordt druk gedelibereerd, waarbij de Werkgroep Wet- en Regelgeving van OIZ kritische vragen stelt en meepraat. Want, zo vertelt Eddy van de Werken, soms wordt veranderd om het veranderen. ‘Wat is de business case van de wijzigingen? Wat helpt de nieuwe wet- en regelgeving onze klanten en ons als softwareleveranciers?’

Eddy van de Werken, lid van  de Werkgroep Wet- en Regelgeving: ‘Vanuit het sociaal domein en de gemeente staan wijzigingen gepland voor de Jeugdwet (JW) en Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Vanuit OIZ waren we betrokken bij de ontwikkeling hiervan en hebben we de agenda medebepaald. Wij hebben bij de wijzigingen continu gevraagd: hoe helpen die onze klanten? Hoe helpen die ons? Wat is de business case? Soms voelen beleidsmedewerkers de druk om te veranderen om het veranderen. Wij waken dat het wel de goede richting op gaat.’

Wijzigingen iJW en iWMO van 1 april 2019

‘Wat vooral belangrijk is bij wijzigingen in wet- en regelgeving, is het effect van een verandering op andere onderdelen. Als je de toewijzing verandert, dan heeft dat ook invloed op hoe verantwoording moet plaatsvinden en andersom. Daar proberen wij voor te waken. Wij hebben daar aandacht voor in het belang van onze klanten. Wij maken de software wel, maar onze klanten moeten er ook mee kunnen werken.’

‘De nieuwe wijzigingen die op 1 april 2019 van kracht worden zijn op een haar na afgerond. De omvang van de wijzigingen is beperkt. Dat komt omdat we bij een aantal wijzigingen de waarschuwing hebben gegeven dat sommige wijzigingen groter opgepakt moeten worden, zodat het van voor tot achter klopt. Deze release, versie 2.3, is daarom een verduidelijkingsrelease. De toelichting voor het invullen van bepaalde velden bleek niet eenduidig, dus die informatie is nu nader gespecificeerd.’

Grote plannen iWlz in de ijskast gezet

‘Ook de plannen voor de iWlz voor 2019 zijn klein, misschien nog kleiner dan die voor de JW en WMO. De grootste plannen zijn in de ijskast gezet. Ze hebben van de afgelopen release in mei 2018 geleerd dat het bigbangscenario niet is gelopen zoals ze hadden gehoopt. We hebben daarom met het Zorginstituut Nederland en de stuurgroep iWlz gesproken over de punten die niet goed liepen. Uiteindelijk is besloten om de komende grote wijzigingen eerst verder uit te werken.’

‘Nu is de technische expertgroep actieprogramma iWlz opgezet. Deze groep, waar OIZ ook onderdeel van is geworden, gaat zich bezig houden met de wijze waarop informatie gedeeld wordt binnen de keten. Ze willen dat drastisch veranderen. Nu worden berichten van verzender naar ontvanger via een soort postbussysteem (Vecozo) uitgewisseld. In de toekomst willen ze naar een registermodel, waarbij informatie moet worden opgehaald door gemeenten en zorgkantoren bij de zorgaanbieders en vice versa. Het is een grote verandering en de vraag is hoe dat vorm krijgt.’

‘Als bestuur praten we daar binnenkort over: wat vinden wij van deze wijziging? Welke pro’s en contra’s kunnen wij opstellen? Welk probleem wordt er opgelost? Wie wordt er beter van? Dat is namelijk niet duidelijk. De vraag is wat de toegevoegde waarde is. Wij ontwikkelen ons eigen standpunt over deze ontwikkelingen. Door onze breed gedragen visie als OIZ te presenteren, kunnen we meer invloed uitoefenen dan als we afzonderlijk van elkaar onze mening geven.’

Dit is deel 1 van alle ontwikkelingen in de Werkgroep Wet- en Regelgeving. Klik hier voor het nieuws rondom het financieringsmodel in de GGZ en de Medical Device Regulations (MDR).

Meer lezen

Moeten, kunnen en mogen – Johan Vos

19.06.18

Zorgvisie ICT 03, juni 2018, pagina 29, rubriek Opinie: auteur Johan Vos

Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Zo luidt de slogan van een bekende telecomaanbieder…… Lees verder

Meer lezen

OIZ over de implementatie van de berichtenstandaard iWlz 2.0

05.06.18

Vanuit OIZ wordt namens de leden contact gelegd en onderhouden met andere organisaties als bijvoorbeeld Zorgverzekeraars Nederland om tot werkbare afspraken te komen.

Dergelijke contacten zijn zinvol, zoals blijkt uit de correspondentie tussen OIZ en Zorgverzekeraars Nederland over de implementatie van de iWlz 2.0.

De correspondentie is voor OIZ-leden in de downloads behorende bij de Werkgroep “Wet- en Regelgeving” te lezen.

Meer lezen

In de spotlight: Wim van Bruxvoort, directeur Trompbx

09.04.18

Wim van Bruxvoort is directeur van het bedrijf Trompbx, een softwareleverancier voor de GGZ. De focus op de GGZ stelt Trompbx in staat om een beter product te kunnen leveren, vertelt Van Bruxvoort. De grootste uitdaging in de zorg en IT-markt is het werken met standaarden, aldus Van Bruxvoort. Dat is dan ook gelijk een van de redenen waarom Trompbx lid is geworden van OIZ.

Kunt u een korte introductie geven van uw bedrijf en aangeven welke klanten u bedient?

Wim van Bruxvoort: ‘De tagline van ons bedrijf is ‘software voor de GGZ’ en dat is precies wat we doen. We leveren CRSinternet, een EPD dat gebruikt wordt bij praktijken en instellingen in de ambulante GGZ. De oplossing werd eerst alleen gebruikt bij grotere instellingen, maar sinds 2010 is het pakket ook voor kleinere organisaties geschikt. Nu gebruiken veel zelfstandigen CRSinternet.’

‘We geloven dat als we een strikte focus hebben op een doelgroep dat we dan een beter product kunnen maken. Daarom ligt onze focus op de ambulante GGZ. Nu willen we de stap maken naar de klinische GGZ en misschien op termijn ook de forensische GGZ. Wat wij leuk vinden, is een goed product maken. Het is ons doel om onze klanten tevreden te houden en daarom denken we continu na hoe onze oplossing zo goed mogelijk aansluit op de wensen van onze gebruikers.’

‘Wij steken veel tijd in het finetunen van de belangrijkste functionaliteiten, zoals agenda, dossieroverzicht, declaratie, omdat elke muisklik minder al tijdwinst is. Dat geldt ook voor duidelijkheid en gebruikersgemak. We slagen daar goed in, er zijn nog geen klanten vertrokken en we werven nieuwe klanten vooral door mond-tot-mondreclame. Dat is de basis van onze groei.’

Welke uitdagingen ziet u in de zorg- en IT-markt?

‘Een uitdaging voor onze klanten is de administratieve last, die de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen. Zeker organisaties die werken in de jeugdzorg hebben daarmee te maken. Er zijn 42 jeugdzorgregio’s met elk hun eigen eisen. Dan is het voor een instelling en zeker voor een zelfstandige lastig om op tijd en correct te declareren. Natuurlijk kan dat met onze oplossing, maar onze klanten zullen zelf de contractinformatie moeten invoeren.’

‘Het is wat mij betreft een gemiste kans van de overheid en gemeenten: voor de jeugdwet en de andere wetswijzigingen was een overgangsperiode van begin 2015 tot eind 2017. Die periode is niet gebruikt om een landelijke standaard voor declaraties te ontwikkelen. De gemeenten hebben ook de houding dat zij het ook niet hebben bedacht. Het leidt er zelfs toe dat sommige zorgaanbieders zich terugtrekken uit die jeugdmarkt en dat brengt dan weer hele andere problemen met zich mee, namelijk een te kort aan aanbieders. Of in ieder geval, niet de goede aanbieders om problemen op te lossen.’

Waarom bent u lid geworden van OIZ?

‘Precies om de reden om samen sterk te staan voor het ontwikkelen van standaarden. Wij zijn een klein bedrijf, maar we kunnen op z’n minst OIZ daarin ondersteunen. Maar het contact is ook belangrijk voor ons. OIZ is een netwerk met gelijkgestemden en je hoeft niet altijd het wiel zelf uit te vinden. Je zit gezamenlijk in dezelfde markt en niet iedereen is direct een concurrent. Het is waardevol om elkaar te kennen en ervaringen uit te wisselen.’

Wim van Bruxvoort, directeur van het bedrijf Trompbx

Meer lezen

OIZ buigt zich over de toepassing van de AVG en de Wet Cliëntenrechten

09.04.18

Op 25 mei 2018 wordt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht. De Wet cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens treedt deels per 1 juli 2017 en deels per 1 juli 2020 in werking. Daarom won OIZ juridisch advies in van partner ICTRecht, want net zoals zoveel wet- en regelgeving zijn niet alle eisen in de verordening even duidelijk. Daarom richtte OIZ een tijdelijke themagroep op om zes thema’s, samen met ICTRecht, verder uit te diepen. Robert van Wijk, voorzitter van de themagroep, vertelt over de complexiteit van de verordening en het advies van ICTRecht.

Robert van Wijk: ‘We hebben met het OIZ-bestuur een themagroep in het leven geroepen omtrent de AVG en de Wet Cliëntenrechten. We wilden weten wat deze verordening en wet betekenen voor softwareleveranciers in de zorg. Tijdens de eerste bijeenkomst hebben we geïnventariseerd waar onze leden vooral tegenaan lopen. Daaruit zijn zes thema’s naar voren gekomen die we verder hebben uitgediept. In de Algemene Ledenvergadering van 22 maart zijn de resultaten gedeeld.’

Sommige eisen zijn technisch niet uitvoerbaar

‘De AVG borduurt verder op de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), dus veel eisen zullen al door onze leden ingewilligd zijn. Datzelfde geldt voor de Wet Cliëntrechten. Het is alleen lastig om deze verordening en wet één op één toe te passen op de situatie van een softwareleverancier in de zorg, omdat die situatie er per softwareleverancier anders uit ziet. Daar komt bij dat sommige begrippen multi-interpretabel zijn of eisen technisch niet altijd even uitvoerbaar zijn.’

‘Denk bijvoorbeeld aan het recht om vergeten te worden. Inwoners van Europa kunnen dataverwerkers vragen om hun gegevens te vergeten. Dat werkt prima voor Google of Facebook, maar in de zorg zijn er meer belangen waar je rekening mee moet houden. Bijvoorbeeld met bewaartermijnen, die worden opgelegd vanuit de overheid. Maar ook back-upprocedures maken het recht op vergetelheid lastig. Persoonsgegevens wissen in een productieomgeving kan misschien nog, maar uit een back-up?’

Hiaten oplossing

‘Volgens de AVG kan een lidstaat voorzien in een wettelijke regeling om het recht op vergeten te worden in te perken. Vooralsnog is deze wettelijke regeling er nog niet. Alleen wordt de regelgeving per 25 mei 2018 wel van kracht, terwijl die op sommige punten nog onvoldoende duidelijk is. OIZ gaat moeite doen om deze hiaten op te lossen, maar wij moeten eerst bepalen: met wie kunnen wij het best om tafel? Willen we praten met de Autoriteit Persoonsgegevens of met de wetgever en dus de politiek? Dat is ook ons advies aan het bestuur van OIZ: zoek uit met wie we het best om tafel kunnen.’

‘Ook is het belangrijk om als OIZ-lid te achterhalen of bepaalde definities ook van toepassing zijn op jou als softwareleverancier. Bijvoorbeeld: wanneer heb je een uitwisselingssysteem? Het systeem kan prima gegevens uitwisselen met een ander systeem, maar toch niet tot de categorie horen zoals die is gedefinieerd in de Wet Cliëntrechten. Het advies is dus ook: zoek uit of de definitie van het uitwisselingssysteem ook voor jouw systeem geldt.’

Juridisch advies van ICTRecht

‘Om antwoord te krijgen op openstaande vragen, hebben wij van ICTRecht een algemene toelichting op de AVG en de Wet Cliëntrechten gekregen. Mijn advies is: lees dat nog eens goed door. Als aanvulling daarop verstuurt OIZ een document waarin zes thema’s uitgediept zijn. Deze thema’s zijn: toestemmingsvereiste, het recht op verwijdering, dataportabiliteit, logging, uitwisselingssysteem en zoeken. Ook wordt de ‘Functionaris Gegevensbescherming’ besproken.’

‘Tijdens de ledenvergadering van 22 maart 2018 is besloten om over de Functionaris Gegevensbescherming (FG) verder te praten in een intervisiegroep. Er werd tijdens de vergadering veel over de FG gesproken en benadrukt dat deze functionaris bij alle softwareleveranciers aangesteld zal moeten worden. Daarop werd de wens vanuit de leden geuit dat de FG’s elkaar een paar keer per jaar ontmoeten, zodat kennis gedeeld kan worden. Ik zal deze groep dan ook voorzitten.’

AVG juist een onderwerp voor OIZ

‘De AVG, de Wet Cliëntenrechten en het juridisch advies van ICTRecht zijn een uitermate geschikte onderwerpen voor OIZ om op te pakken. Het is geen concurrentieel onderwerp, dus zeker geschikt om samen naar antwoorden te zoeken. Onze leden hebben met dit advies hun lidmaatschap in één keer terugverdiend, omdat ze niet meer afzonderlijk van elkaar een adviseur hoeven in te huren. Samen staan we sterker. Dat geldt ook voor het invullen van de hiaten die de verordening nu nog kent.’

U krijgt als lid van OIZ een uitnodiging voor uw jurist of FG. Ook heeft u als lid van OIZ het advies van ICTRecht en de verdieping ontvangen via de mail. Is deze mail u ontschoten? Stuur dan een e-mail naar het secretariaat.

Meer lezen

Onderzoek onder OIZ-leden: hoe doen we het? Wat kan beter?

09.04.18

Directeur Kees Donker was nieuwsgierig wat leden van OIZ vinden, wat beter kan en waar meer focus op moet liggen. Daarom stuurde hij een aantal vragen uit naar onze leden. Er is een rapport opgesteld met een selectie van de antwoorden. De komende tijd zal het bestuur aandacht besteden aan de punten uit dit onderzoek en de gewenste onderwerpen op de agenda zetten.

De vragen die Kees Donker heeft gesteld, gingen onder andere over de opbouw van de vergaderingen, de besproken onderwerpen en de werkgroepen. Bent u lid van OIZ? Dan vindt u het rapport in het afgeschermde gedeelte van deze website!

Meer lezen